Voor wie een voedselbos oogst en verkoopt

Agroforestry partnership: samen verkopen met andere voedselbossen

Geschreven door Brent van den Belt · · 5 minuten lezen

Een agroforestry partnership is een vaste samenwerking tussen partijen rond een voedselbos, met afspraken over wie wat doet en wat ieder eruit haalt. Die samenwerking kan over van alles gaan, van grond tot kennis. Deze pagina behandelt er één vorm van, en dat is de vorm die het snelst iets oplevert zodra er oogst hangt: samen met andere voedselbossen in de buurt één aanbod maken van wat ieder afzonderlijk te weinig heeft.

De rekensom erachter is simpel. Twaalf kilo van twintig soorten is geen aanbod waar een winkel of een kok iets mee kan, want er is te weinig van alles. Tel drie of vier bossen bij elkaar op en er staat opeens elke week een krat dat de moeite van een rit waard is, met genoeg soorten om een keuze te bieden. De oogst is niet groter geworden; de partij wel.

Wij hebben niet onderzocht hoe bestaande samenwerkingen tussen voedselbossen dit oplossen, dus we noemen er geen als voorbeeld. Wat hieronder staat is de vorm zelf en de plekken waar hij in de praktijk klem komt te zitten.

Wie levert wat

Begin met de week en niet met het jaar. Eén bericht in de groep, op een vaste dag, waarin ieder zet wat hij die week heeft en hoeveel. Daarna pas gaat er iemand naar de afnemer, met één lijst waar alles op staat.

Andersom werkt slecht. Wie eerst belooft en daarna gaat inventariseren, komt er donderdag achter dat twee bossen hetzelfde hebben en niemand het derde ding. Bij een aanbod dat per week verschilt, is de volgorde het halve werk.

Spreek ook af wat er gebeurt als iemand meer heeft dan er nodig is. De makkelijkste regel is dat het overschot bij de bundel blijft en dat wie levert per kilo krijgt uitbetaald, niet per bos. Dan hoeft niemand te rekenen wiens beurt het is.

Wie praat met de afnemer

Eén stem. Een kok die van drie kanten wordt gebeld heeft geen samenwerking gevonden maar drie leveranciers, en hij kiest er binnen een maand één uit. Wijs dus iemand aan die het contact doet, en laat de rest via hem lopen.

Dat is echt werk. Diegene schrijft het wekelijkse bericht, vangt de vraag op als er iets ontbreekt, en hoort het als er iets niet goed was. Spreek af wat hij daarvoor krijgt, in geld of in beurten, en spreek het af vóór het gaat lopen. Een vrijwilliger die dit er een half jaar bij doet, stopt ermee in de week dat het net begint te werken.

Wissel het niet elke maand. De afnemer koopt voor een groot deel van de persoon die belt, zeker zolang hij de soorten nog niet kent.

Hoe je afrekent

Er zijn twee vormen, en het verschil zit niet in het geld maar in wie het risico en het papierwerk draagt.

VormWat de afnemer krijgtWat het voor jullie betekent
Ieder factureert zelfEén levering, maar drie of vier facturenVoor jullie het eenvoudigst: ieder verkoopt zijn eigen oogst en houdt zijn eigen boekhouding. Voor de afnemer het vervelendst
Eén verkoopt en betaalt doorEén levering, één factuurPrettig voor de afnemer. Die omzet is nu wel van degene die verkoopt, en hij moet per levering kunnen laten zien van wie wat kwam

Die laatste regel is geen formaliteit. Voor levensmiddelen geldt dat een bedrijf één stap terug en één stap vooruit in de keten moet kunnen aanwijzen en die gegevens op verzoek van de NVWA moet kunnen overleggen (NVWA, Overzicht wet- en regelgeving voor levensmiddelen, diervoeders, dierlijke bijproducten en voedselcontactmaterialen, versie 3.0 van 4 september 2025, over de algemene levensmiddelenverordening; nagekeken augustus 2026). In de praktijk is dat een regel per levering: welke soort, hoeveel, van wie, en aan wie het ging. Wie dat vanaf week één bijhoudt, heeft er nooit last van. Wie het achteraf wil reconstrueren, wel.

Waar een agroforestry partnership op stuk loopt

Vijf dingen komen steeds terug, en ze hebben allemaal te maken met wat er níet is opgeschreven.

  1. Degene die praat, doet al het werk en krijgt er niets extra voor. Na een seizoen is hij eruit.
  2. De kwaliteit verschilt per bos en de afnemer klaagt bij degene die kwam brengen. Als niemand heeft afgesproken wie er dan wat zegt, wordt het persoonlijk.
  3. Iemand haakt af in de week dat zijn eigen oogst tegenvalt, precies de week waarin de bundel hem nodig heeft. Zet daarom op papier dat je je afmeldt vóór het bericht naar de afnemer gaat, niet erna.
  4. Niemand heeft bedacht wat er gebeurt als er een week vrijwel niets is. Dan hoort de afnemer twee weken lang niets van jullie.
  5. Het wordt een club in plaats van een levering. Vier bossen die maandelijks vergaderen hebben nog geen krat verkocht. Begin bij één afnemer en één levering, en breid daarna pas uit.

Er is nog een zesde, en die is stiller. Zodra de samenwerking goed loopt, wil de afnemer meestal méér van één ding. Dat is precies de belofte die geen van jullie kan doen, en het is verleidelijk om hem toch te doen omdat je met z'n vieren bent. Wat je met z'n vieren wél kunt beloven is hetzelfde als in je eentje, alleen ruimer: een moment, een bandbreedte en een keuze.

Wat je dan nog met de afnemer afspreekt

De afspraak zelf verschilt niet van die van één bos, alleen staan er meer namen onder. Welke beloftes je wel en niet kunt doen aan een kok of een winkel die op je oogst wil kunnen rekenen staat op een eigen pagina, inclusief wat er op dat ene A4 hoort.

Weet je nog niet aan wie jullie het gaan aanbieden, begin dan bij de kring die er al is. Hoe je via de mensen die je al kent bij je eerste koper uitkomt leggen we daar uit, en die kring is bij vier bossen vier keer zo groot.

Laat eens zien wat er in jullie bossen staat

Loop je hier tegenaan en wil je het een keer doornemen, stuur ons dan een bericht en laat zien wat er in je bos staat en aan wie je nu verkoopt. Wij plannen een afspraak in en sturen je vooraf een korte vragenlijst. Die invullen is het enige wat wij van jou vragen; je antwoorden gebruiken wij om het gesprek voor te bereiden. In dat gesprek kijken we mee met hoe jullie het nu doen, en wat er daarna ingesteld moet worden doen wij. Je hebt daarbij contact met ons zelf.