Voor wie een voedselbos oogst en verkoopt

Verdienmodellen natuurinclusieve landbouw: zes manieren waarop een oogst geld oplevert

Geschreven door Brent van den Belt · · 6 minuten lezen

Verdienmodellen in de natuurinclusieve landbouw zijn de manieren waarop een bedrijf geld verdient aan wat er van het land af komt. Voor een voedselbos zijn dat er zes. Ze verschillen niet zozeer in wat ze opleveren, maar in wat ze van je vragen op de dag dat er iets rijp is.

Dat laatste is hier de schaarse kant. Je hebt geen duizend kilo van één ding maar twaalf kilo van twintig dingen, en wat over twee weken rijp is weet je nu nog niet. Een manier die eerst een lijst van je wil, kost je daarom meer dan hij op papier kost.

Deze pagina gaat over de oogst. Geld dat uit een regeling, uit pacht of uit een vorm van financiering komt, blijft hier buiten beeld; daar hebben wij niets over te zeggen.

De verdienmodellen in de natuurinclusieve landbouw naast elkaar

ManierWat hij van je vraagtVoor wie hij past
Verkoop aan de deureen plek waar iets ligt en een manier om af te rekenen als jij er niet bij staateen erf waar mensen langsrijden of langslopen
Bezoek dat op een verkoop uitkomteen datum, een tafel aan het eind van de route en iemand die vertelteen bos dat een middag rondlopen waard is
Een vaste afnemeréén bericht per week en een belofte die je elke week waarmaakteen bos met genoeg van één ding tijdens een piek van een paar weken
Samen met andere bossen levereniemand die het contact doet, en afspraken vóór de eerste leveringeen bos dat in zijn eentje te weinig heeft voor de afnemer die het vindt
Verwerken en later verkopenwerk in de keuken in je drukste weken, plus regels die dan gaan geldeneen bos waar meer rijp wordt dan er vers weg kan
Een vast bedrag per periodeklanten die je al kent en een inning die vanzelf doorloopteen kring die elke week iets wil, ook zonder te weten wat

De volgorde in die tabel loopt van weinig naar veel belofte vooraf. Bovenaan zeg je alleen iets toe over een plek of een moment. Onderaan zeg je iets toe over wat er in een tas gaat of over een bedrag dat elke maand binnenkomt.

Kiezen hoeft niet. De meeste bossen doen er na een paar jaar twee of drie naast elkaar, en welke dat zijn hangt af van waar je bos ligt en wie er in de buurt woont.

Wat je op je eigen erf verkoopt

De twee bovenste manieren hebben één ding gemeen: je belooft niemand een soort. Bij verkoop aan de deur ligt er wat er die dag is, en wie langskomt neemt mee wat hij ziet. Bij bezoek nodig je mensen uit voor een middag, en de tafel aan het eind van de route is wat er die middag rijp was.

Daarmee zijn dit de enige twee manieren die meebewegen met een oogst die je pas op donderdag kent. Ze schalen alleen niet vanzelf mee met je bos: meer oogst betekent hier meer mensen naar je toe krijgen, en dat gaat langzamer dan de bomen groeien.

Wat er precies moet kloppen voordat een middag rondlopen ook geld oplevert, staat op de pagina over bezoek dat op een verkoop uitkomt.

Wat je aan één afnemer verkoopt

Een kok, een bakker of een winkel neemt in één keer af wat je aan de deur in twintig gesprekken kwijt bent. Daar staat tegenover dat hij iets van je wil weten voordat het er is, en dat is precies wat jij niet hebt.

De uitweg is dat je je oogst niet vastlegt maar je ritme: een moment, een bandbreedte en een keuze waaruit hij pakt. Wat je zo iemand wel en niet kunt beloven, staat bij de afspraak met een kok of een winkel.

Zo'n afnemer valt zelden uit de lucht. De eerste twee of drie komen bijna altijd uit de kring die er al is, en hoe je via de mensen die je al kent bij je eerste koper uitkomt leggen we daar uit.

Wat je samen met andere bossen verkoopt

Twaalf kilo van twintig soorten is voor een winkel geen aanbod. Tel drie of vier bossen bij elkaar op en er staat elke week een krat klaar dat een rit waard is, met genoeg keuze erin. De oogst is niet groter geworden; de partij wel.

Dat vraagt wel iets wat de andere manieren niet vragen: afspraken met collega's over wie wat levert, wie er praat en hoe er wordt afgerekend. Waar zo'n samenwerking in de praktijk klem komt te zitten, staat bij samen met andere voedselbossen één levering maken.

Wat je bewaart en later verkoopt

Verwerken is de enige manier die geen dag en geen afnemer nodig heeft. Wat er vers niet weg kan, gaat de pan of de droogoven in en is daarna maanden later nog te verkopen. Daarmee verschuift je vraag van "aan wie vandaag" naar "aan wie de komende maanden".

De rekening komt op twee plekken. Het werk valt in dezelfde weken waarin er geplukt moet worden, en zodra je iets bewerkt en verkoopt gaan er regels gelden die op verse oogst niet golden. Welke dat zijn en wat verwerken met je prijs doet, staat bij wat je nog meer verkoopt dan verse oogst.

Wat er elke maand binnenkomt zonder dat je weet wat erin gaat

De zesde manier draait de vraag om. Je spreekt geen soorten af maar een ritme en een bedrag: elke week of elke maand krijgt iemand iets van je, en wat dat is bepaalt het bos. De inning hoeft dan niet te wachten tot jij weet wat er rijp is.

Dit werkt alleen met mensen die je al kent en die je vertrouwen dat er iets goeds in de tas zit. Het is dus zelden de eerste manier die je opzet en vaak wel de eerste die rust geeft. Wij bouwen daar het saaie deel voor, met terugkerende betalingen die vanzelf doorlopen.

Wat elke manier van je vraagt voordat hij werkt

Drie dingen komen bij alle zes terug, en ze zijn geen van drieën af te kopen met een keuze voor het ene of het andere kanaal.

  1. Een prijs. Voor het meeste van wat jij hebt bestaat geen notering, dus je leidt hem ergens van af. Hoe dat gaat staat bij een prijs bepalen zonder marktprijs.
  2. Uitleg. Je klant kent het grootste deel van je oogst niet, en bij hem is uitleggen de eerste helft van de verkoop.
  3. Een volgorde. Welke manier je eerst opzet is een keuze, en welke vragen je daarvóór beantwoordt staat bij het plan voor je afzet.

Wil je de kanalen puur naast elkaar zien op wat ze vooraf van je vastleggen, dan staat die vergelijking bij waar je twaalf kilo van twintig soorten laat.

Als een van de zes vaste klanten oplevert

Bij een pakket of een oogstabonnement staat er elke periode hetzelfde bedrag tegenover een oogst die verschilt, en het innen is het werk dat daaronder zit. Hoe dat loopt zonder dat je er elke maand achteraan gaat, staat bij abonnementenbeheer.